De Vikingen waren (en hun nakomelingen zijn) Scandinavische bewoners van Zuid-Noorwegen, Zweden en Denemarken.

Korte geschiedenis
De Vikingen behoorden tot de noordelijke tak van de Germanen en hun godsdienst, dagelijkse leven, cultuur en mythologie kwamen grotendeels met die van de overige Germanen overeen. Deze waren echter inmiddels grotendeels christelijk geworden en ze hadden veel cultuur overgenomen van de voormalige 'romeinen' van het door hun veroverde West-Romeinse rijk van een paar honderd jaar eerder. De vikingen zijn bij ons vooral bekend als plunderende krijgers, maar dat is niet geheel waar. Naast krijger waren ze tevens ontdekkingsreizigers, kolonisten, ambachtslieden, handelaars en scheepsbouwers. Opvallend is dat men in de veroveringstochten van de vikings twee periodes kan onderscheiden. Van 790-840 ging het daadwerkelijk om plundertochten. Ze vallen een land binnen en verdwijnen er even snel als ze er zijn aangekomen. Maar vanaf 840 zouden ze gestructureerder te werk gaan door het oprichten van kampen e.d. Hier is dan eerder sprake van kolonisatie.
Door overbevolking en voedseltekorten begonnen de Vikingen ander gebied te zoeken en dat ging gepaard met plunderingen en veroveringen in de 9e eeuw. Een andere belangrijke oorzaak was dat bij de vikingen de oudste zoon de enige erfgenaam was en alle bezittingen van zijn vader overnam. Zodoende was er een groot overschot aan jonge mannen die een andere bron van inkomsten moesten zoeken. Vaak sloten deze zich dan aan bij de jaarlijkse handel annex plundertochten naar het welvarende zuiden. Anderen, vooral de Noorse Vikingen, voeren naar het westen en koloniseerden IJsland, Groenland en gedurende een tiental jaar zelfs de Oostkust van Canada. Deze laatste kolonie werd echter al snel verlaten doordat ze te veel weerstand van de plaatselijke indianenstammen ondervonden. Wel werden er later nog regelmatig expedities georganiseerd om Groenland met goed timmerhout te voorzien. Groenland bleef ongeveer 450 jaar bewoond (van 900 n.Chr. tot ongeveer 1350 n.Chr.), maar het stenger wordend klimaat, hongersnood en tenslotte vijandigheden van de Inuit (voor een groot deel door de Vikingen zelf uitgelokt!) deed deze kolonie uiteindelijk de das om. Pas in 1721 werd Groenland weer door Deense kolonisten permanent bewoond. IJsland kreeg al snel te maken met milieuproblemen zoals ontbossing en bodemerosie en kreeg regelmatig in zijn geschiedenis te kampen met hongersnoden, maar de betrekkelijk dichte ligging met Noorwegen (een tweetal dagen varen voor een vikingschip) en een verstandig milieubeleid (zoals het voorkomen van overbegrazing, het kweken van zuinigere schapen in de plaats van 'gulzige' koeien en varkens en het opbouwen van een eigen vissersvloot heeft de kolonie gered. De Zweedse Vikingen richtten hun aandacht vooral op Rusland, waar ze ook belangrijke nederzettingen oprichtten (Novgorod en Kiev) en gebruikten de Russische rivieren als verkeersaders naar het rijke Constantinopel en het Midden-Oosten. Het waren vooral de 'Zuidelijke' Scandinaviërs die hun aandacht op Groot-Brittanië en West-Europa richtten. Aanvankelijk leek het alsof niemand de vikingen kon weerstaan. Dit kwam vooral door het verrassingseffect van de invallen en door de snelheid waarmee ze werden uitgevoerd. Na verloop van tijd werden hun 'slachtoffers' beter in het zich tegen hen verdedigen. Dat kwam door een betere organisatie en doordat men begon met het bouwen van verdedigingswerken zoals versterkte burchten die door aanvallers bijna niet in te nemen waren. Toen de Vikingen aldus meer nederlagen te verduren kregen, en nadat hen een gebied aan de monding van de Seine was gegeven (het huidige Normandië), werd met de Vikingen - toen onder aanvoering van leider Rollo - definitieve vrede bereikt in onze omstreken. De bewoners van Normandië en de bewoners van rijken die de Vikingen stichtten in Engeland en Ierland, worden ook wel Noor(d)mannen genoemd. Tussen 1000 en 1100 werd Scandinavië bezocht door christelijke predikers en werden ook de woeste vikingen geleidelijk bekeerd tot het christendom en verdween de 'plaag uit het Noorden'.
Etymologie
Over de oorsprong van het woord 'viking' zijn al tal van theorieën geponeerd door vorsers. Zo zou het woord afkomstig zijn van het woord vic of wic, dat vertaald wordt als fjord, baai, rover of handelaar. Ook wordt het woord in verband gebracht met de West-Noorse term die gehanteerd wordt op het einde van de vikingperiode: vikingr en viking. Ze betekenen 'iemand die op zee vecht', 'rover', 'schermutselingen' en 'oorlog op zee'.
Geografie
De Vikingen hebben een kerngebied dat de volgende landen omvat:
-
Denemarken: Jutland en de Deense eilanden, Zweden, Noorwegen, Finland, IJsland,Groenland
-

-
kaart van leefgebieden en expedities


huis van een viking
-
taal: Oudnoors
-
religie: pantheïsme of polytheïsme
Wel is er na enige eeuwen ook sprake van een zekere diversiteit. Deze weerspiegelt zich in de ontwikkeling van meerdere kleine vorstendommen die elkaar bekampen
Boten
en schepen
De Vikingen maakten al in de bronstijd snelle en lichte boten voor het vervoer van personen, en grote (16 tot 20 meter) schepen voor het vervoer van vee en goederen en voor oorlogvoering. Hun schepen werden drakkars of snekken genoemd. Allen zijn lang en smal van uiterlijk en voor en achter gelijk van vorm. Ze waren zo vaardig in het bouwen van de schepen, dat ze daarmee zelfs de Atlantische Oceaan konden bevaren tot aan Amerika. De vikingschepen waren niet alleen zeewaardig maar door hun geringe diepgang ook geschikt om de Europese rivieren zeer ver op te varen. Zo konden ze diep het continent binnendringen en over land van het ene rivierstelsel naar het andere komen. Ze behandelden hun boten als mensen, de boeg was meestal prachtig bewerkt met houtsnijwerk en ingelegd met allerlei houtsoorten en soms edele metalen. Ze gaven hun boot ook namen, zoals Vlugge Draak. Dit weet men uit archeologische vondsten en oude kronieken. zie ook vikingschip
Oostelijke expansie door de Zweden
De Vikingen zwierven uit tot in het huidige Rusland, dat zelfs zijn naam aan hen dankt. Rus is oorspronkelijk de naam voor de (Zweedse) vikingen die Rusland bereikten (het kan roodharige of roeier betekend hebben); pas later wordt met de term de gehele bevolking van Rusland bedoeld. De Zweed Rurik stichtte de eerste Russische staat: het Kievse Rijk. Verder stichtten vikingen belangrijke handelssteden als Novgorod en Kiev en dreven ze vanuit Rusland handel met Constantinopel. Verscheidene malen waagden de 'Russische' vikingen zelfs overvallen op Constantinopel. Dit bleef zonder resultaat door de zeer goede verdedigingswerken rond de stad die al vele malen hun nut bewezen hadden. Toen boden sommige van de Vikingen zich aan als huurling voor het Byzantijnse leger. Ze werden ondergebracht in een speciale elite-eenheid die de persoon van de keizer moest beschermen en werden bekend als de Varjagen.
Zuidelijke expansie door de Denen
De Denen trokken zuidwaarts naar Engeland, Nederland, Frankrijk en (Normandië).
In 834 overvielen Vikingen voor de eerste keer het toen belangrijke handelscentrum Dorestad in het huidige Nederland. Bij het Limburgse dorpje Asselt hadden ze een paar jaar een versterkt kamp in gebruik van waaruit ze jaarlijks op strooptocht gingen.
Bij de Franse Kanaalkust stichtten de Deense Vikingen nederzettingen van waaruit ze jaarlijks strooptochten hielden in Frankrijk en omstreken. Ze plunderden zelfs enkele malen Parijs en de Franse koning verleende ze ten slotte leenrechten voor het Kanaalgebied. Vanaf toen staat dit gewest bekend als het Noordmannengebied oftewel Normandië. Van hieruit startte Willem de Veroveraar in 1066 de verovering van Engeland. Vikingen (of Noormannen) uit o.a. Normandië veroverden in de 11e eeuw zelfs Zuid- Italië en Sicilië.
Ondertussen vestigden zich ook veel Denen en Noren in Noord-Engeland, Ierland en Schotland. Van hieruit veroverden ze geleidelijk aan grote delen van de Britse eilanden en verdreven de Angelsaksische heersers. Geleidelijk vermengden de Angelsaksen en de Vikingen zich onderling. In 1013-1016 veroverde Knoet de Grote zelfs de Engelse troon en regeerde korte tijd over een machtig Deens-Engels rijk.
Westelijke expansie door de Noren
De Noorse vikingen trokken westwaarts, en koloniseerden de Faeröer, de Shetland-eilanden, de Orkney-eilanden, IJsland en Groenland, en veroverden samen met hun Deense neven het grootste deel van Ierland en delen van Engeland.
Bjarni Herjolfsson herontdekte Amerika, en Leif Eriksson trachtte er een kolonie te stichten. In oude Noorse en IJslandse kronieken wordt gesproken over Vinland dat vermoedelijk in New England en oostelijk Canada lag. Archeologen hebben inderdaad een vikingnederzetting gevonden in L'Anse aux Meadows op Newfoundland, maar naar het schijnt zijn de Vikingen nooit langer dan een jaar of twee achtereen in Amerika gebleven.




